Onderhoud begraafplaats
Klacht:
De procedure:
- Op 27 april 2026 heeft klager een klacht ingediend bij de ombudsman uitvaartwezen omdat zij niet tot een oplossing kon komen in een tussen haar en verweerder ontstaan conflict.
- Verweerder heeft vervolgens een verweerschrift ingediend tegen de klacht, waarna klager heeft gerepliceerd en Verweerder vervolgens heeft gedupliceerd.
Onderwerp van het geschil:
Klager is van mening dat verweerder haar onderhoudsverplichting met betrekking tot de graven niet deugdelijk nakomt en voorts respectloos handelt.
Standpunt Klager:
- Klager is van oordeel dat verweerder gehouden is om de contractuele onderhoudsverplichting van haar familiegraf onverwijld na te komen. Wijziging van die verplichting op grond van een nadien vastgesteld reglement van de begraafplaats is rechtens niet mogelijk.
- Verweerder is aantoonbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar onderhoudsverplichting, omdat de grafmonumenten niet jaarlijks zijn gereinigd.
- Klager heeft geconstateerd dat van diverse oudere graven de dekplaten gebroken waren, hetgeen een zeer rommelige aanblik voor de overige grafgerechtigden, waaronder klager opleverde, zoals blijkt uit overgelegde foto’s. Bovendien trof zij tussen de grafstenen stoffelijke resten aan. Dat getuigt van respectloos handelen van verweerder.
- Verweerder dient haar contractuele onderhoudsverplichting integraal na te komen, en respectvol om te gaan met de graven.
Standpunt Verweerder:
- Verweerder erkent dat zij het onderhoud van het familiegraf van klager dient te verzorgen en zij heeft dat ook telkens gedaan.
- Voor wat betreft de algemene onderhoudswerkzaamheden en het ruimen van de zeer oude graven, heeft verweerder in augustus 2024 alle belanghebbenden van particuliere graven aangeschreven en voorts melding op haar website gedaan. Daarnaast werden mededelingen opgehangen op diverse locaties van de begraafplaats. Doordat vele hagen werden verwijderd, kwamen oude graven die aangetast waren in beeld. Voordien waren die gebreken niet in beeld.
- Het onderhoud op de begraafplaats is uitbesteed aan een hoveniersbedrijf. De uit te voeren werkzaamheden (onkruidbestrijding, harken, aanvullen van grind, maaien van de gazons, opruimen blad, snoeien van heesters en het reinigen en corrigeren van grafmonumenten) worden uitgevoerd en gecontroleerd.
- Verweerder en haar medewerkers gaan respectvol om met de graven. Het intensiveren van het onderhoud is gelet op de prijsstijgingen gedurende vele jaren niet mogelijk. De slordige aanblik van de oude graven tijdens de onderhoudsfase was van tijdelijke aard.
De ombudsman stelt de volgende feiten vast:
- De onderhoudskosten van het familiegraf van klager zijn bij de vestiging van het grafrecht afgekocht.
- Verweerder heeft na augustus 2024 groot onderhoud (renovaties op dat gedeelte van de begraafplaats waar oude graven – veelal meer dan 50 jaar oud – zijn gelegen) uitgevoerd.
- De aanblik van de oude graven tijdens de renovatie/onderhoud was niet netjes, zoals de door klager overgelegde foto’s aantonen.
- Verweerder is voor haar continuïteit aangewezen op de medewerking van vrijwilligers.
De ombudsman overweegt het volgende:
- Op zichzelf bezien deel ik het standpunt van klager dat klager niet verplicht kan worden tot het bijdragen in de onderhoudskosten van de graven op basis van een later ingesteld reglement, maar die bijdrage is in casu niet gevorderd door verweerder. Verweerder erkent haar onderhoudsplicht en voert die ook uit.
- Klager heeft terecht vastgesteld dat de diverse (oude) graven slecht onderhouden waren en grafstenen waren gebroken. Die aanblik was echter het gevolg van het uitvoeren door verweerder van ingrijpende onderhouds-/renovatiewerkzaamheden die Verweerder vooraf had aangekondigd. Die aankondiging (per brief, website en meldingen op het terrein) heeft klager kennelijk gemist, waardoor de aanblik van de renovatie een grotere impact heeft dan in het geval de renovatie wel bekend was geweest bij klager.
- Voor mij is niet komen vast te staan dat er stoffelijke resten in de vorm van menselijke botten op het terrein lagen. De foto’s die klager heeft overgelegd tonen dat niet onomstotelijk aan. Bovendien wordt door verweerder uitdrukkelijk betwist dat er andere stoffelijke resten zichtbaar waren dan de voorwerpen die op de grafstenen waren geplaatst. Klachten die de heer X zou hebben erkend met betrekking tot het achterstallig onderhoud zijn verweerder niet bekend. Bewijs van die erkende klachten is niet geleverd door klager.
- Gelet op al het vorenstaande kan ik niet vaststellen dat verweerder respectloos heeft gehandeld of dat Verweerder structureel tekort is geschoten in de nakoming van haar onderhoudsverplichting.
- Concluderend is voor mij onvoldoende komen vast te staan dat aan verweerder een gegrond verwijt gemaakt kan worden over haar handelwijze.
Uitspraak:
Beslissing van de ombudsman:
Ik acht de klacht van klager ongegrond.
Dit bindend advies is opgesteld en verzonden op 30 juli 2026.
Zowel klager als verweerder zijn gehouden het bindend advies van de ombudsman te respecteren en na te komen.
De Ombudsman Uitvaartwezen,